‘Help: ik krijg een inreisverbod!’

‘Help: ik krijg een inreisverbod!’

Er is de laatste weken veel ophef over het decreet van 27 januari 2017 waarmee de nieuwe Amerikaanse President een inreisverbod afkondigde voor mensen afkomstig uit Irak, Iran, Syrië, Soedan, Somalië, Jemen en Libië.

De Nederlandse vreemdelingenwet kent ook de mogelijkheid om aan mensen van buiten de EU (vreemdelingen) een inreisverbod op te leggen. Maar anders dan bij het Amerikaanse decreet mag een inreisverbod alleen worden opgelegd in individuele gevallen wanneer daarvoor gegronde redenen bestaan én degene aan wie een dergelijk verbod wordt opgelegd de kans heeft gehad zijn mening daarover te uiten. Een inreisverbod kan niet – zoals in de Verenigde Staten – worden ingezet om alle mensen uit een land van buiten de EU preventief de toegang tot Nederland te weigeren.

Het ‘Nederlandse’ inreisverbod is overigens gebaseerd op de Europese Terugkeerrichtlijn (2008/115/EG) uit 2008 die onder meer tot doel heeft om met een inreisverbod illegale migratie te bestrijden en te voorkomen. Uit onderzoek blijkt dat in 2013 3.945 inreisverboden zijn opgelegd. Als een inreisverbod eenmaal vaststaat geldt dit voor alle landen van de EU/EER en Zwitserland.

Een inreisverbod kan worden opgelegd aan vreemdelingen die strafbare feiten hebben gepleegd of zich herhaaldelijk schuldig maken aan overtredingen van de Nederlandse vreemdelingenwet, zoals (langdurig) illegaal verblijf, niet op tijd terugkeren of wanneer onjuiste gegevens zijn verstrekt.

De duur van een inreisverbod kan variëren van 1 tot 2 jaar, voor bijvoorbeeld het overschrijden van een visumtermijn, 5 jaar of 10 tot 20 jaar. Deze laatste twee (zware) inreisverboden kunnen worden opgelegd aan vreemdelingen die zich schuldig hebben gemaakt aan ernstige strafbare feiten zoals gewelds- of drugsdelicten of die worden gezien als een gevaar voor de nationale veiligheid.

Naast het inreisverbod kent de Nederlandse vreemdelingenwet ook de ‘ongewenstverklaring’. In tegenstelling tot het inreisverbod heeft deze maatregel betrekking op EU-onderdanen of vreemdelingen die zich (nog) niet binnen het Schengengebied bevinden. Gedurende de ongewenstverklaring mag de ongewenste vreemdeling geen toegang krijgen tot de Schengenlanden.

Zowel het inreisverbod als de ongewenstverklaring worden geregistreerd in het Schengen Informatie Systeem (SIS). Overtreding van een inreisverbod or ongewenstverklaring is strafbaar en kan worden bestraft met een geldboete of een gevangenisstraf van maximaal zes maanden.

Het mag duidelijk zijn dat de gevolgen van een inreisverbod of ongewenstverklaring ingrijpend kunnen zijn voor mensen die bijvoorbeeld een studie volgen, familieleden hebben in de EU/EER of zakelijke contacten onderhouden met mensen en bedrijven in de EU/EER.

Daarom is het goed te weten dat tegen een (voorgenomen) inreisverbod of ongewenstverklaring bezwaar kan worden gemaakt of beroep kan worden ingesteld. In bijzondere, dringende gevallen kan ook tijdelijk om opheffing van het inreisverbod of de ongewenstverklaring worden gevraagd. Heeft u vragen over uw rechten of juridische mogelijkheden, neem dan contact met ons op voor een vrijblijvend oriënterend gesprek.